Lang, lang geleden in een land, niet zover hier vandaan leefde een koningin. Haar naam was koningin Cristal. Het land was welvarend, groot, rijk en ook de bevolking groeide. De mensen in het land leefden comfortabel in grote huizen met grote ramen.  Buitenstaanders noemden het land ook wel het land van de glas. De koningin regeerde alleen over haar land, zonder man en zonder kinderen. Toen een minister vroeg of ze niet eenzaam was zei ze het volgende:

‘Ik houd van mijn mensen zoals ik van een man zou houden en ik zorg voor mijn mensen als ik voor mijn eigen kinderen zou zorgen.’

Toch ging niet alles goed…

Ieder jaar na de oogst trokken de mensen het bos in om hout te kappen om hun grote glazen huizen te verwarmen. Koningin Cristal zag vanaf haar kasteel op de heuvel steeds meer kaal land ontstaan. De glazen huizen hebben meer hout nodig dan het bos kan leveren. De mensen kregen steeds meer moeite om voldoende hout te kappen voor de winter. De tocht naar het bos werd steeds langer en het hout terug vervoeren naar de stad was haast onmogelijk. De paarden raakten oververmoeid en karren kwamen vast te zitten in de modder. Dit kan zo niet langer, dacht de koningin. De beste vakmensen in mijn land zitten nu vast in de modder om hout te halen.

Toen kreeg ze een idee: we moeten de stad verbouwen! We metselen alle ramen op het noorden dicht, gebruiken de zon om de huizen te verwarmen, hangen zware gordijnen op om de warmte ’s nachts binnen te houden en zorgen ervoor dat de openhaarden vervangen worden door efficiënte kachels.

Met dit plan riep de koningin haar ministers bij elkaar.

‘Maar majesteit, dat kan niet. we hebben onze vakmensen nodig om het hout te kappen’. zei de minister van Bos en Kap.

‘We hebben onze vakmensen nodig om de karren uit de modder te trekken’ zei de minister van Paden en Wegen.

‘Het hoort bij onze cultuur, we krijgen ieder jaar honderden bezoekers uit het buitenland die naar onze glazen huizen komen kijken’ zei de minister van Herbergen.

‘Oh ja,’ zei de minister van Arbeid. ‘onze mensen kunnen dat helemaal niet, wij leren ze alleen houtkappen op school.’

‘Mijn plan kan dus niet uitgevoerd worden?’ vroeg de koningin.

‘NEE, onmogelijk!’ zeiden de ministers in koor.

‘Dan weet ik genoeg.’ zei de koningin Cristal.

Na dit gesprek riep ze Ridder Jan bij zich.

‘Ridder Jan,’ zei de koningin ‘ik wil dat jij al die sterke, slimme vakmensen omschoolt tot metselaar, gordijn wever en kachelsmid. Maar hoe bereiken we die mensen? Ze zijn altijd in het bos of onderweg.’

‘Iedere morgen voor de zon opkomt verzamelen zij zich op de markt in een dorp halverwege de hoofdstad en het bos.’ zei ridder Jan. ‘Hier verdelen ze het werk en vertrekken met hun karren naar het bos. Daar kunnen ze ook bijlen en zagen kopen.’

‘Goed’ zei de koningin. ‘Ridder Jan, ga morgen vroeg naar de markt en zorg ervoor dat al die mensen omgeschoold worden. Ik wil volgende week horen hoe het gegaan is.’

Die nacht vertrok ridder Jan op zijn paard naar het dorp. Terwijl hij op zijn paard zat bereidde hij een toespraak voor. Op het marktplein aangekomen trok hij aan de marktbel en begon te spreken.

‘Beste mensen,

De koningin wil de glazen stad verbouwen. Het halen van het hout kost veel te veel tijd en mankracht. Jullie zijn veel te veel van huis weg bij jullie gezin. Ik ga een school bouwen op deze marktplaats en jullie omscholen tot metselaar, gordijnwever en kachelsmid.’ Terwijl hij sprak dromden steeds meer mensen om hem heen en luisterden ademloos. Ridder Jan ging verder: ‘Dan gaan we terug naar huis, en dan gaan we de stad daar huis voor huis verbouwen. Jullie gezinnen zullen blij zijn, de bewoners zullen blij zijn en jullie zullen blij zijn omdat je niet meer het bos in moet om hout te halen.’

Het was stil. Ridder Jan maakte zich op voor gejuich. Hij deed zijn ogen dicht, haalde diep adem, stak zijn borst vooruit, klaar om het applaus in ontvangst te nemen.

‘Boeeeee, boeeeeeee’. Iedereen begon door elkaar te praten en te roepen.

‘Je mag helemaal geen school bouwen op het plein’ zei de marktmeester.

‘Ik heb net een nieuwe werkplaats om bijlen te maken,’ zei de Smit. ‘die kan ik wel sluiten.’

‘We mogen alleen hout kappen van het houthakkers gilde.’ riepen de houthakkers.

‘Je bent te laat!’ riepen de houthandelaren. ‘Wij krijgen een boete als we niet genoeg hout leveren, we hebben de contracten zijn net afgesloten met de koningin’

Ridder Jan droop af en ging naar de herberg. Teleurgesteld ging hij aan de bar zitten. Hoe was dat mogelijk? Een plan waar iedereen beter van wordt en niemand wil meewerken? 

De herbergier, die alles had gezien, kwam naar hem toe en zei:

‘Kom kom, niet opgeven. Ik begrijp die mensen wel. Ga met ze praten, luister naar ze en kom met een oplossingen. Dan komt het allemaal goed. Het klopt, je mag niets bouwen op de markt, maar je mag mijn feestzaal wel gebruiken voor je school. Jij kent de koningin toch? Zorg er dan voor dat ze niet meer van die contracten afsluit met de houthandelaren.’

Met de raad van de herbergier ging Ridder Jan op pad. Hij praatte met iedereen en vond voor alle problemen een oplossing.

Toen Ridder Jan een jaar in plaats van een week later terugkwam bij de koningin was ze furieus. ‘Een jaar?’ riep ze ‘Een héél jaar ben je weggebleven. Je hoefde alleen maar naar de markt te gaan en iedereen om te scholen. Hoe moeilijk kan dat zijn?!’

Ridder Jan legde rustig uit wat hij allemaal had gedaan. De koningin begreep dat het moeilijk was om iedereen te overtuigen.

Vanaf dat moment veranderde de stad langzaam. Er werd gebouwd, het bos begon weer te groeien de vakmensen waren drukker dan ooit, maar hoefden niet meer dagen en weken in het donker bos te werken.

Oh ja, de bezoekers uit andere landen zul je je afvragen? Die kwamen die nog wel op bezoek. Meer dan ooit zelfs, maar niet meer voor de glazen huizen. Vanaf toen kwamen ze voor de prachtige gordijnen.

De video erbij zien? Klik hier